Deze week in Kerk & Leven …

Een klein zaadje kan veel vruchten voortbrengen

Hoan Pham Xuan, salesiaan-coadjuteur
Ik ben Pham Xuan Hoan – spreek mij gerust aan met Hoan – een jonge salesiaanse medebroeder. Drie jaar geleden werd ik, vanuit mijn geboorteland Vietnam, als missionaris gezonden naar Vlaanderen. Na een stevige cursus Nederlands kwam ik terecht in het college van Don Bosco Hechtel om er stage te doen. Sedert juli verblijf ik in de gemeenschap van Oostende en werk ik met jongeren in het jeugdhuis van De Takel.

Keuze voor jongeren
Mijn lieve familie leeft in een klein dorp dichtbij Ho Chi Minh, een stad in het zuiden van Vietnam. Mijn twee broers wonen, samen met hun kinderen, in bij onze papa en mama. Mijn zus woont in bij de familie van haar man. Een mooie carrière was ginds voor mij weggelegd. Maar waarom kies je dan voor Don Bosco en verlaat je je familie om in een ver land te gaan wonen? Als boerenzoon hield ik veel van het platteland en droomde ik ervan om veearts te worden. Mijn hobby’s waren zwemmen en voetballen. Elke zaterdag fietste ik met mijn vrienden naar het oratiorium van een salesiaanse gemeenschap in het naburige dorp. Er werd een gevarieerd programma aangeboden zoals voetballen en gezelschapsspelletjes spelen. Maar er werd ook verteld over de figuur van Don Bosco. Zo leerde ik hem al vroeg in mijn kindertijd kennen.

Na de middelbare school ging ik naar Ho Chi Minh en begon mijn studies voor veearts aan de universiteit. Ik zou er genieten van de vrijheid en het studentenleven. Maar dat was buiten mijn papa gerekend. Hij vertrouwde het zaakje niet en regelde voor mij een plaats op de peda van de salesiaanse gemeenschap. Als jongvolwassene vond ik dit in eerste instantie niet zo leuk. We werden er elke ochtend verwacht in de mis – wat betekende dat ik om 5 uur moest opstaan – en moesten ’s avonds om 21 u. binnen zijn voor het avondgebed. We moesten ook altijd toestemming vragen om ergens heen te gaan en om beurten deden we boodschappen en kookten voor de groep. Toch had het verblijf ook zijn positieve kanten. Er waren heel wat (sport)activiteiten in de vrije tijd en op zondag gingen we als vrijwilliger in de salesiaanse gemeenschap werken met straatkinderen en deden allerlei leuke spelletjes. In  de schoolvakanties maakten we veel uitstappen samen. Dit alles maakte het leven op de peda boeiend en zou het richting geven aan mijn leven.

Op een bepaalde zondag gingen we met de kameraden en de straatkinderen een voetbaltornooi spelen. Tijdens de match viel een jongen flauw van de honger. Het bleek dat hij nog niets had gegeten. Ik trok mij dit hard aan en werd mij stilaan bewust van de situatie waarin deze jongeren verkeerden. Het vrijwilligerswerk, waar ik in eerste instantie plezier aan beleefde, werd op die manier een zinvolle tijdsbesteding tijdens mijn studentenleven. Ik engageerde me als leraar wiskunde en wetenschappen in de avondschool van de salesiaanse gemeenschap. Dit gratis onderwijs was voor vele (straat)kinderen de enige kans om aan een (goeie) job te geraken.

Mijn roeping
Uiteindelijk verbleef ik vijf jaar op de peda en door het werk met de jongeren groeide mijn verbondenheid met de salesianen heel sterk. Ik voelde mij soms al een beetje salesiaan.

Toen ik afgestudeerd was, kreeg ik de kans om in het grootste ziekenhuis voor dieren in Vietnam te werken. Maar aangezien ik ook op zondag zou moeten werken, sloeg de twijfel toe. Dit betekende dat ik het werk met de jongeren zou moeten laten vallen. Eigenlijk wou ik één jaar in de salesiaanse gemeenschap proberen in te treden in plaats van te werken als veerarts. Ik was in de war en wist niet wat te kiezen. Kiezen voor het grote geld of werken met straatkinderen en jongeren. Mijn ouders moedigden me aan om te doen wat ik graag wou doen en als het mij niet zou lukken, kon ik nog altijd uittreden en aan het werk gaan met mijn diploma. Op 1 oktober 2010 stond ik voor de deur van mijn huis te wachten op de bus die me naar het prenoviciaat van de salesianen zou brengen. Ik zou er één jaar proberen te wonen en dan mocht ik naar het noviciaat als ik verder wou gaan. Op 15 augustus 2012 sprak ik mijn eerste geloften uit, samen met twaalf andere kameraden. Ik heb hierbij gekozen om coadjuteur te worden omdat het woord in onze taal ‘broer’ betekent en ik zo dicht bij de jongeren kan staan.

Missionaris
Na een driejarige studie filosofie werden we voor de keuze gesteld om ofwel in het  binnenland of als missionaris in het buitenland te gaan werken. Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om als missionaris te werken omdat onze algemeen overste iedere salesiaan daartoe had aangemoedigd. Zelf mochten we niet kiezen naar welk land we zouden gezonden worden. Voor mij viel de keuze op Vlaanderen. Vorig jaar in mei heb ik mijn eeuwige geloften uitgesproken in Don Bosco Hechtel. Dit betekent dat ik voor altijd salesiaan-coadjuteur zou willen zijn. Nadien was ik twee maanden op bezoek bij mijn familie. We waren heel gelukkig om elkaar terug te zien. Ik was ook heel blij dat ik mijn neefjes en nichtjes, die ik nog nooit gezien had, kon knuffelen.

Thuiskomen
In Vlaanderen krijg ik veel aanmoedigingen te horen. Verschillende mensen hebben me geholpen om de taal en de cultuur te leren kennen. Vooral tijdens de twee jaar stage in Hechtel kwam ik echt thuis. Men zorgde goed voor mij zoals een boer zeer voorzichtig zorgt voor het zaad. Als het zaadje ontkiemt en sterk genoeg wordt, brengt hij het naar vette grond om daar te groeien en vrucht te dragen. Zo ben ik gezonden naar Oostende om in het jeugdhuis te helpen met allerlei activiteiten zoals voetbal(toernooien), E-sport, spelletjes op de computer, uitstappen enz. In de nabije toekomst zal ik ook, samen met Biju, in de parochie de jongerenpastoraal verder helpen begeleiden. Ik ben momenteel bezig met praktijklessen om mijn rijbewijs te halen zodat ik onze jongeren naar het voetbal kan brengen. En ik volg verder Nederlandse les omdat communicatie belangrijk is. Nederlands is een moeilijke taal, zegt men. Maar er zijn nog andere moeilijke talen, zoals bijvoorbeeld ‘be’talen. Ik zeg dit omdat ik de taak van econoom in de plaatselijke gemeenschap krijg. Ik zal ervoor zorgen dat mijn medebroeders niks te kort hebben en dat het ‘huis’ in orde en proper gehouden wordt. Bovendien moet ik ook de boekhouding verzorgen, de betalingen regelen en bankverrichtingen doen.

Maar ik ben vooral blij dat ik iets kan doen voor de gemeenschap en voor de jongeren. Ik ben dan ook zeer tevreden met mijn takenpakket. Ik voel me groeien (zoals het zaadje). Over mijn verdere toekomst heb ik nog niet nagedacht. Maar ik geloof wel dat ik hier in Vlaanderen en Oostende gelukkig kan worden en geïnspireerd aan het werk kan.

FacebooktwitterpinterestmailFacebooktwitterpinterestmail