Ik laat de Paaskaars branden

Sinds de lock down maak ik iedere ochtend en iedere avond een wandelingetje ‘het blokje om’, zijnde: ’s morgens Paul Michielslaan, Sartlaan, Assisielaan, Prins Roselaan en Paul Michielslaan en ’s avonds omgekeerd. Doel: ’s morgens kaarslicht en muziek, en ’s avonds om 20.00 uur de klokken. Iedere dag zorg ik voor zachte muziek en steek ik een kaars, die op een tafeltje voor de paaskaars staat, aan. Maar op zondag laat ik ook de paaskaars branden. Waarom? Omdat het zondag is en omdat…

Zin en betekenis

We hebben graag dat de dingen, die we doen, zin en betekenis hebben. De zin en de betekenis die wij er zelf aan geven, of die ons overgedragen is en waarmee we akkoord gaan, of die we plots ontdekken. Maar die zin en betekenis moeten wel duidelijk zijn en te vinden zijn in het mooie, het goede, het aangename, het nuttige. En vooral: ‘ik’ moet het mooi, goed, aangenaam of nuttig vinden. Dan vind ik iets zinvol. Dan heeft iets voor mij betekenis. Dan ‘heb’ ik er iets aan. En dat geldt ook als ik iets doe voor een ander. Want dan vind ik mezelf bijzonder betekenisvol en nuttig en dan heb ik een goed gevoel. Vooral ook als ik weet dat wat ik voor de ander doe ‘resultaat’ heeft of gewaardeerd wordt. Dan weet ik ‘waarom’ ik iets doe.

Angelus Silesius 

De Duitse lutherse arts en mysticus Johannes Scheffler (1624-1677) bekeerde zich in 1653 tot het katholicisme en schreef een heel betekenisvol en zinnig vers dat vertaald zo klinkt: De roos is zonder waarom, ze bloeit omdat ze bloeit, ze let niet op zichzelf en vraagt niet of men ze ziet. Het vers was misschien betekenisvoller geweest als hij het zou gehad hebben over één of andere bloem op het veld en niet over een bloem die zozeer het voorwerp is geweest van veredeling, kweekprogramma’s, commercialisering, cosmetisch en zelfs politiek gebruik.

Aangenaam en nuttig

Er zijn zoveel dingen, planten, dieren en mensen ook, die er zijn, maar die ik niet ken, die ik nooit zie, gezien heb of zal zien. Maar ze zijn er wel, ook buiten mij, ook al kunnen ze voor mij geen zin en betekenis hebben. Het ergste zou zijn dat ik alleen maar aandacht heb en alleen maar datgene wil zien en leren kennen, wat voor mij nuttig en aangenaam is. De rest ‘interesseert me niet’. Moeten we dan God ‘interessant’ maken? ‘Nuttig’ en ‘aangenaam’ opdat men tijd en aandacht aan Hem zou besteden? Moet ik in de verkondiging alleen zoeken te zeggen wat de mensen ‘interesseert’? Wat ze ‘nuttig en aangenaam’ vinden? Waardoor mensen zich bevestigd weten of opgeroepen voelen om het goede te doen? “Het was een schone mis!” en “De preek was interessant (en niet te lang).” Wie schreef ook weer: “Wat heeft Jezus ons willen zeggen? Wat wil Hij vandaag van ons? Hoe helpt Hij ons om vandaag trouwe christenen te zijn? Niet wat de éne of de andere in de Kerk wil (zien en horen nvdr), is voor ons ten slotte belangrijk, maar wat Jezus wil: dat willen wij weten. Zijn eigen woord willen wij horen als wij de verkondiging beluisteren.”?

Blowing Up History…

… is een interessant semi-wetenschappelijk programma op Discovery Channel en toont ons de geschiedenis en de bouwtechnieken van oude historische gebouwen. Onlangs was de Dom van Keulen aan de beurt. In de aflevering interviewde men een steenhouwer, die een millimeter perfecte kopie maakte van een versiersel, dat ergens hoog op een van beide kerktorens terecht moet komen. Daar hoog aan het oog onttrokken is er geen mens die het ooit zal zien. Waarom er zo’n tijd, geld en vakmanschap aan spenderen? Toen identieke vragen gesteld werden aan een steenhouwer aan het werk in de Sagrada Familia in Barcelona, was zijn antwoord: “Ik doe het voor God.”

“Alleen maar bladeren…”

Ik heb in de tuin een Canadese esdoorn geplant. Dit is mijn gedenkboom voor de gesneuvelden in de talloze oorlogen. Iemand zei me: “Dat is toch het laatste dat je moet planten in je tuin…, zo’n boom. Je hebt daar alleen maar bladeren van.” Indien we in onze tuin en in onze bossen en in onze wereld alleen maar ruimte zouden gunnen aan wat voor ons nuttig is en wat voor anderen nuttig zou kunnen zijn… Mijn boom maakt alleen mij gelukkig en allen die in mijn geheim zijn ingewijd. Het kunstwerk van de steenhouwers van Keulen en Barcelona…: het zal weinigen gelukkig maken, het kan als ongekend en ongezien iets ook voor niemand nuttig zijn, en het draagt zelfs ook geen steentje bij aan de oplossing van honger en onrecht in de wereld. Dat doen de miljarden ongekende en ongeziene sterren in de talloze heelallen ook niet. En de miljoen boterbloemen in de weiden ook niet. Ze dienen niet eens de daar grazende koeien tot voedsel. Ze zijn giftig. Maar ze zijn er. Ze maken de weiden – indien niet té overvloedig – mooi en misschien zien fietsers die schoonheid, tenminste, als ze rustig fietsen en op hun koersvelo’s of elektrische speed pedelecs er niet aan voorbij razen, liefst zonder voor wie of wat dan ook te moeten stoppen of uitwijken.

De paaskaars brandt…

… omdat het voor mij op zondag zondag is. Omdat Christus verrezen is. Hoeveel mensen ze zien branden maakt niet uit. Heimelijk hoop ik: toch minstens één iemand. Maar ook dan is ze er en brandt ze en is God er.

(pastoor Dirk)