Kerk in tijden van corona: bidden en het goede doen

Op Kerknet verschenen al twee ‘herderlijke’ brieven: van kardinaal Jozef De Kesel en van bisschop Lode Vanhecke. Hieronder enkele fragmenten ervan. In beide brieven dezelfde toon en dezelfde oproep. Een bemoedigende toon en een oproep tot persoonlijk gebed, lectuur en solidariteit. Dit laatste doet me denken aan wat één van mijn inspiratiebronnen ooit schreef (het was toen oorlog en hij zat binnen in het gevang):

“’Ons christen-zijn zal in deze tijd bestaan uit slechts twee elementen: bidden en onder de mensen het goede doen.“

Wat persoonlijk gebed betreft: misschien tijd om de meditatiepraktijk even op te starten. De solidariteit bevat mijn inziens een aantal componenten: vooreerst het in acht nemen van alle preventiemaatregelen van de overheid; geen hamstergedrag in de supermarkten; zien of we nergens mensen kunnen helpen die thuis moeten blijven en zichzelf niet kunnen bevoorraden; dagelijks minstens één iemand eens opbellen die zo’n blijk van aandacht nodig heeft; en Broederlijk Delen niet vergeten! Er zijn zeker nog andere dingen te doen! Laat de Geest maar creatief werken in ons! Stuur indien je wenst maar eens een mailtje met een idee, met een….

Misschien vind ik of iemand anders de tijd om te antwoorden: dirk.masschelein@skynet.be

De veertigdagentijd anders beleven…

“Het coronavirus duwt ons met onze neus op de feiten: we zijn en blijven kwetsbare mensen. Niet alleen hier of daar, maar wereldwijd. Even wereldwijd is de solidariteit die nu van allen wordt gevraagd. Niemand mag uitzonderingen maken voor zichzelf. Ook wij als Kerk niet. Net zoals er ook voor armoede en migratie geen louter plaatselijke oplossingen bestaan. We weten dat wel, maar vergeten het veelal. We proberen het zoveel mogelijk buiten onze grenzen te houden. Maar het virus kent geen grenzen. Een mentaliteit van elk voor zich maakt ons juist nog kwetsbaarder.

Deze coronacrisis valt middenin de veertigdagentijd, juist als we ons zondag na zondag en week na week voorbereiden op Pasen. Gemeenschappelijke vieringen zijn nu niet mogelijk. Ook niet de eucharistie op zondag. We zullen de veertigdagentijd dit jaar anders beleven. Maar we zullen hem daarom niet minder intens beleven. Het zal van elk van ons wel bijkomende inspanningen en grotere creativiteit vragen. De prefatie van deze vastentijd zegt het zo mooi over deze veertigdagentijd: Tijd van meer toeleg op het bidden en van grotere aandacht voor de liefde tot de naaste. We kunnen nu niet meer samenkomen om te bidden. Maar we kunnen het wel alleen doen, of samen in het gezin, in onze religieuze gemeenschap. Tijd van stilte en bezinning, met een aandachtig voor het woord van de Schrift die de liturgie voor deze tijd voorziet.

Nu alles meer in stilte moet gebeuren, blijft deze voorbereidingstijd op Pasen ook een tijd van grotere aandacht voor onze naaste. Uiteraard nu vooral voor hen die door de ziekte getroffen zijn, voor allen die hen bijstaan en voor hen die onderzoek doen naar het virus om de verspreiding tegen te gaan. Maar ook voor hen die arm zijn of eenzaam, op de vlucht voor oorlog en geweld, voor allen die hoe ook in nood zijn en aan onze deur kloppen om hulp. Tijdens de veertigdagentijd worden ook altijd de collectes voor Broederlijk Delen gehouden. Ook deze solidariteit mogen we nu niet vergeten.

(Kardinaal De Kesel)

Als kerk, in gemeenschap, solidair met elkaar

“Kerkbezoek wordt moeilijker, samen eucharistie vieren tijdelijk onmogelijk. Dan maar ophouden om christen te zijn? Of integendeel de kans waarnemen om wat stiller te worden en te luisteren naar wat God te zeggen heeft in deze beproeving? De vastenperiode is precies een tijd van beproeving. 

Ik denk in de eerste plaats aan de kans die we krijgen om de Bijbel ter hand te nemen en misschien eindelijk – ja, eindelijk! – eens te luisteren naar wat God ons (mij) te zeggen heeft. Nu we tijd hebben, waarom niet eens rustig de evangelieteksten lezen? (Steek maar een kaarsje aan, je zal zien dat het jouw hart verlicht).

Een klein voorbeeldje met het evangelie van zondag a.s. Als ik denk, ik kan naar de kerk niet, dus maar niets doen, dan horen we Jezus zeggen: “Er komt een uur dat gij noch op een berg noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. (…) Er komt een uur, ja, het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. De Vader toch zoekt mensen die Hem zo aanbidden” (Joh 4, 21.23). Zou dat uur niet aangebroken zijn om eindelijk in de stilte van jouw hart de Vader te aanbidden in geest en waarheid? En dan, door trouw te blijven luisteren, de ervaring op te doen dat “de Vader mensen zoekt die Hem zo aanbidden”? Misschien leren we dat fysieke beperkingen die je van buitenaf worden opgelegd, geestelijk kunnen bevrijden.

Hoe leren we bidden? Hoe kunnen we de Schrift lezen op een biddende manier? We zullen mooie en inspirerende liederen ontdekken. We hebben nu de tijd om enkele films te bekijken en een paar goede boeken te lezen. Eindelijk, ja eindelijk! Een klein programma. Een geestelijke school. Een opgang naar Pasen.

We zullen de volgende tijd doorbrengen als kerk, in gemeenschap, solidair met elkaar. Laat ons creatief zijn en zoeken naar mogelijkheden om de mensen te ondersteunen die het moeilijk hebben, de mensen die hard moeten werken in risicovolle omstandigheden. Hun dienstbaarheid is een vorm van gebed. In die creatieve solidariteit kunnen we pure ellende doen omslaan in unieke levenskansen.”

(Bisschop Lode Vanhecke)

FacebooktwitterpinterestmailFacebooktwitterpinterestmail